Topprijzen en een beperkt aanbod

Na jaren van beperkte groei, stijgen de huizenprijzen in Amsterdam weer naar recordhoogte. Voor een woning in de hoofdstad moet gemiddeld inmiddels al een kwart meer betaald worden dan een jaar geleden. Experts in de woningmarkt waarschuwen voor té veel enthousiasme van huizenkopers. Een Amsterdamse vastgoedbubbel is in de maak, zeggen zij.

Er ging een golf van verlichting door de huizenmarkt toen halverwege 2016 eindelijk voor het tweede kwartaal op rij plussen genoteerd konden worden. Journalisten en vastgoedexperts waren het erover eens: stijgende Nederlandse woningprijzen zijn een teken van vertrouwen in de markt en daarmee een teken van economische bloei.

Over huizen in 020 en omgeving waren de meesten echter niet zo positief. Het prijskaartje voor een woning of appartement in de hoofdstad zou zo net aan het begin van de opleving van de economie, niet meer in verhouding zijn met de werkelijke waarde van de vierkante meters, zeggen criticasters.

Een Amsterdamse vastgoedbubbel in de maak?

Prijzen stijgen niet alleen sneller dan normaal, menen zij. Het aanbod – dat doorgaans gestuwd wordt door een toenemende mogelijke verkoopprijs – blijft ver achter. In 2017 staan gemiddeld 25% minder woning te koop dan in andere tijden van groei, zo blijkt. Als het zo doorgaat, liet Sven Heinen, voorzitter van de Makelaarsvereniging Amsterdam (MVA) optekenen in Het Parool, dan is er dit jaar geen woning meer te koop in Amsterdam”.

Een nieuwe huizenbubbel, een situatie waarin prijzen voor woningen niet meer onderbouwd wordt door een redelijke waarde en vraag, lijkt in de maak, zeggen analisten.

Vastgoed Unie brandt zich niet aan dergelijke uitspraken. Al zegt het nieuwe makelaarskantoor in Amsterdam wél dat het tegen de huidige ontwikkelingen belangrijker is dan ooit om je bij het kopen van een huis goed te laten informeren. “Laat je niet leiden door verhalen over het rendement dat te behalen is”, analyseert Patrick Smolders van Vastgoed Unie, “maar kijk vooral naar je eigen behoefte en financiële situatie.”